Op 1 januari 2027 worden de Nederlandse pensioenfondsen verplicht in te varen naar het nieuwe stelsel. Voor het eerst in een mensenleven krijgen werknemers de kans bezwaar te maken tegen een fundamentele wijziging van hun pensioenrechten. De brief van het fonds valt ergens dit jaar of begin volgend jaar op de mat, en daar staat in dat het «in jouw voordeel» is om in te stemmen.
Of dat klopt, hangt af van wie je bent. Dit artikel rekent het door voor zes typische situaties, met de aannames open zodat je het kunt narekenen. Aan het eind staat een verwijzing naar de WTP-rekentool, voor wie zijn eigen situatie wil invoeren.
Eerst: wat verandert er?
Onder het oude stelsel werd je pensioenpremie collectief belegd, en kreeg je een toezegging in euro's. Je weet bij benadering wat je krijgt, het fonds draagt het risico. Onder het nieuwe stelsel wordt je premie individueel gevolgd in een persoonlijk pensioenvermogen. Je weet niet meer wat je krijgt. Je weet wat er voor jou opzij is gezet, en het rendement bepaalt de uitkering.
Bij het invaren worden je opgebouwde rechten omgezet naar zo'n persoonlijk vermogen. Hoe groot dat startbedrag is, hangt af van twee dingen. Eén: de dekkingsgraad van je fonds op het invaarmoment (hogere dekkingsgraad = meer per persoon). Twee: de compensatie die het fondsbestuur toekent aan jouw leeftijdscohort. Die compensatie is bedoeld om groepen die er anders relatief slecht uitkomen te ontzien.
Of je daarna voordeliger uit bent, hangt af van de marktontwikkelingen tot je AOW-leeftijd. Voor wie nog 30 jaar te gaan heeft: heel onzeker, met grote bandbreedte. Voor wie nog 5 jaar te gaan heeft: redelijk voorspelbaar, want kleine horizon.
De zes typische situaties.
De Pensioenrealist heeft zes profielen doorgerekend in de rekentool. De aannames staan onderaan de tool zelf transparant beschreven; kort samengevat gebruiken we DNB's rekenrente, CPB's leeftijdscohort-studie, en een gemiddelde aandelenrendement-aanname van 5,2% na kosten.
Situatie 1: 32 jaar, bouwvakker, BpfBOUW.
Pensioenopbouw nog 35 jaar te gaan. UPO-bruto van € 15.000 per jaar. BpfBOUW heeft een sterke dekkingsgraad (~120%) en een gunstige compensatiefactor voor jongere cohorten.
De cijfers: bij het huidige stelsel verwacht je rond € 15.000 bruto per jaar bij 67, met beperkte ruimte voor indexatie. Bij invaren-solidair: verwacht € 17.640 (een plus van 18%), met bandbreedte € 15.876 tot € 19.933. Bij invaren-flexibel met offensief profiel: verwacht € 20.700, maar de bandbreedte loopt van € 10.700 tot € 30.700.
De les: voor wie jong is en risico kan dragen, is de keuze tussen solidair en flexibel relevanter dan de keuze of je invaart. Invaren zelf is bijna altijd voordelig. De vraag is hoeveel risico je wilt nemen voor het potentiële opwaarts.
Situatie 2: 45 jaar, ICT-er, ABP.
Nog 22 jaar tot AOW. UPO-bruto van € 30.000 per jaar. ABP heeft een gemiddelde dekkingsgraad (~113%) en een licht ongunstige compensatiefactor voor middencohorten.
De cijfers: huidig stelsel verwacht € 30.000. Invaren-solidair: € 30.282 (+1%), bandbreedte € 27.254 tot € 34.219. Invaren-flexibel met gemiddeld profiel: € 31.899 (+6%), maar bandbreedte € 22.197 tot € 41.601.
De les: het verwachte voordeel van invaren is bescheiden, en flexibel-invaren heeft een ondergrens onder het huidige stelsel. Een veilige route is solidair-invaren; wie meer wil, kiest flexibel met het besef dat een slecht decennium aandelen pijnlijk kan zijn.
Situatie 3: 52 jaar, zorgmedewerker, PFZW.
Nog 15 jaar te gaan. UPO-bruto van € 22.000. PFZW heeft een gemiddelde dekkingsgraad (~114%) en een iets gunstige compensatiefactor voor 50-plussers.
De cijfers liggen dicht bij elkaar. Huidig stelsel: € 22.000 verwacht. Invaren-solidair: € 22.876 (+4%). Invaren-flexibel met gemiddeld profiel: ongeveer € 23.500 verwacht, maar de bandbreedte is nu krapper omdat de horizon kleiner is.
De les: voor 50-plussers is invaren-solidair vaak een rationele keuze. Het verschil met het huidige stelsel is klein, maar als het positief is en gegarandeerd door de buffer, weegt dat op tegen het onzekerdere flexibele scenario.
Situatie 4: 62 jaar, generiek fonds, defensief.
Nog 5 jaar te gaan. UPO-bruto van € 25.000. Defensieve risicohouding.
Dit is het cohort waar invaren niet automatisch gunstig uitvalt. Huidig stelsel: € 25.000 verwacht. Invaren-solidair: € 24.250 (−3%). Invaren-flexibel-defensief: € 23.507 (−6%).
De les: voor wie kort voor pensioen zit en defensief is, wijst de richting naar blijven zitten. Maar lees je invaarbrief: pensioenfondsen kennen vaak compensatiemaatregelen voor cohorten die er nadelig uitkomen. Een goed fondsbestuur tilt deze groep op met extra storting uit het algemene vermogen.
Situatie 5: 67 jaar, al gepensioneerd.
Wie al een uitkering ontvangt, ziet het effect van invaren beperkt. De bestaande uitkering blijft doorlopen, met als enige verschil dat de indexatie-systematiek anders wordt: mogelijk sneller indexerend bij positief rendement, mogelijk eerder kortend bij negatief.
De les: voor gepensioneerden is de keuze formeel gelijk maar materieel beperkt. Bezwaar maken kan, maar de impact op je maandinkomen blijft klein. Belangrijker is om te begrijpen hoe je fonds in het nieuwe stelsel kan indexeren of korten.
Situatie 6: De grensgevallen.
Sommige situaties vallen tussen wal en schip. Wie 58 jaar is met een groot opgebouwd vermogen en een fonds met lage dekkingsgraad, zit in een lastige hoek. De bandbreedte van flexibel-invaren is breed, en het huidige stelsel biedt nauwelijks indexatie-perspectief. Voor deze groep is een gesprek met een onafhankelijk pensioenadviseur de moeite waard.
Wat zegt je invaarbrief?
Wat de rekentool en dit artikel niet kunnen voorspellen, staat in de brief die je in 2026 of 2027 ontvangt van je fonds. Drie dingen waar je op moet letten.
Een. De compensatie voor jouw leeftijdscohort. Fondsen kennen vaak een extra storting toe aan groepen die er anders nadelig uitkomen, meestal 50- tot 65-jarigen. Dat bedrag staat expliciet in de brief en kan duizenden euro's per persoon zijn.
Twee. De keuze tussen solidair en flexibel. Niet elk fonds biedt beide aan. Sommige fondsen kiezen alleen voor het solidaire contract, andere alleen voor flexibel. Als jouw fonds beide aanbiedt, ligt de keuze bij jou. Als ze maar één bieden, is de vraag of die past bij jouw profiel.
Drie. De bezwaartermijn. Meestal drie tot zes maanden vanaf de brief. Geen bezwaar = automatisch instemmen. Wel bezwaar = je behoudt je oude rechten, maar in een «sluiproute» die op termijn schraal wordt omdat er geen nieuwe premies meer aan toegevoegd worden.
De les.
Invaren is voor de meeste werknemers onder de 55 voordelig in verwachting. Voor de groep tussen 55 en 67 is het genuanceerd en hangt het sterk af van fonds-specifieke compensatie. Voor gepensioneerden is het effect klein en draait het meer om de indexatie-toekomst dan om het invaren zelf.
Wat de tool en dit artikel níet kunnen, is je vertellen welke keuze jij persoonlijk moet maken. Wat ze wél kunnen, is je voorbereiden op de invaarbrief, zodat je niet voor het eerst over deze materie nadenkt op het moment dat je een bezwaartermijn van drie maanden voor je neus krijgt.
Reken jouw eigen situatie door op de WTP-rekentool. Generiek of fonds-specifiek (ABP, PME, PFZW, BpfBOUW), met de aannames open. Eerlijke bandbreedte, geen euro-leugens.